Stotteren is geen besmettelijke ziekte

Ze heeft al jaren dezelfde hulp. Inmiddels hebben de beide dames een aardige relatie opgebouwd. Zij vertrouwt haar zelfs de meest privé dingen toe.

Door Juffrouw Raadgever

Ze praten tijdens de klusjes gezellig echt over alles. Een buitenstaander zou nu echt niets merken. Maar eerder was dat wel anders. Ze weet nog goed hoe haar hulp de eerste keer binnenkwam. Ze kon nog geen enkele zin uitspreken zonder te stotteren. Eerst had ze gedacht: nou dat kan wat worden. Ze heeft er allang spijt van, van haar gedachte dan.

Aan het einde van die eerste morgen had de vrouw tegen haar gezegd dat dit de eerste keer was dat iemand haar eens uit had laten praten. Niet begrijpend had ze haar aangekeken. Wat bedoelde zij eigenlijk? En toen was het hele verhaal eruit gekomen. Op de lagere school had ze al gestotterd. Haar ouders hadden er alles aan gedaan, maar geen enkele therapie had geholpen haar er helemaal vanaf te helpen. Nu weet ze er redelijk mee om te gaan. Toch loopt ze nog regelmatig tegen vervelende opmerkingen aan.

Vervelende situaties 

Er was pas nog een mevrouw die aan de leiding had gevraagd om een andere hulp. Zij kon niet tegen het gestotter, had ze gezegd. Ja, het deed even zeer. Maar zij heeft nu zoiets van: schouders ophalen en weer door. Als een woord in haar mond blijft hangen is dat nog niet zo eenvoudig. Kon ze maar alles zingen dan was het geen punt. Ook als ze tegen haar hond en kat praat, gaat het zonder hakkelen en stotteren. Maar dat is volgens haar ook wel bekend. Er zijn bekende zangers die nog geen zin achter elkaar kunnen praten. En toch zingen zij de gouden platen aan de muren. Maar dat sommige mensen zo vervelend reageren als ze haar gestotter horen, is voor haar zo niet leuk. Ze had er een lief ding voor over dat het zou stoppen.

Dan vertelt ze dat stotteren of wel het niet vloeiend kunnen spreken bij meer dan 175.000 tot 200.000 mensen voorkomt. Al op heel jonge leeftijd, zelfs al in de peuter- en kleuterleeftijd kan het beginnen. En dan is dat zo’n vijf procent van de kinderen. Terwijl één procent van de bevolking met dit probleem worstelt. En dan te bedenken dat er vier keer zoveel jongens en mannen zijn die het overkomt. Een redelijk aantal groeit over het stotteren heen. De rest moet ermee leren omgaan. Logopedie of stottertherapie kunnen goed helpen. Ook zijn er praatgroepen om elkaar te helpen.

Erfelijkheid

Wist je dat als je goed kunt spreken, het nodig is dat alle 150 spieren goed kunnen samenwerken? Ook je hersenen hebben daarbij een belangrijke taak. Zij moeten de spieren aansturen. Als je stottert is daar dus een miscommunicatie. Het kan ook een emotionele of psychologische oorzaak hebben. Bijvoorbeeld als je bang bent voor de reacties van mensen of als er spanning is. Dan kan het stotteren ineens heel erg worden.

Er zijn soms meerdere personen in één familie die problemen hebben met het stotteren. Er ligt een bewijs dat het erfelijk is. Als beide ouders stotteren of vroeger gestotterd hebben is er grote kans dat één van de kinderen het ook krijgt. Dat percentage ligt best wel hoog. Vijftig tot tachtig procent van alle stotteraars heeft een erfelijke factor. Dat iemand zomaar begint te stotteren komt heel soms voor. Dan is het tijdelijk en meestal na een heftige gebeurtenis.

Geduld is een schone zaak

Heel veel van wat haar hulp haar verteld wist ze ook eigenlijk wel. Daarom had ze haar ook rustig laten uitpraten. Er was wat geduld voor nodig geweest, maar het was ook wel zo beleefd, had ze gedacht. Vooral rustig wachten. Nooit had ze geprobeerd een zin voor haar hulp af te maken. Aan de houding van haar hulp had ze al snel gemerkt dat ze dat ook heel vervelend zou vinden. En het had dus duidelijk zijn uitwerking gehad. Ze had zich meer en meer op haar gemak gevoeld met als gevolg dat ze nu samen heel gewoon een rustig gesprek konden hebben. Zo fijn.

Kortom ze vindt het heel erg dat haar hulp weggestuurd is, omdat er iemand is die niet met het stotteren om kon gaan. Zo jammer. Deze lieve vrouw had haar vriendin kunnen worden. Echt een gemiste kans.

Met vriendelijke groet,
Juffrouw Raadgever