We willen ook na de corona-crisis thuis blijven werken

Foto: Image by StartupStockPhotos from Pixabay

Nederlanders verwachten dat ze vaker thuis zullen werken als de corona-crisis voorbij is. Het oordeel over thuiswerken is ook positiever dan aan het begin van de crisis.

Dit blijkt uit onderzoek van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM). Aan het begin van de crisis gaf een kwart van de thuiswerkers aan dat ze daarmee door willen gaan. Dat percentage is de afgelopen twee maanden gestegen tot 45 procent.

Online vergaderen

Het instituut denkt dat vergaderen op afstand ook een blijvertje is. Iets meer dan de helft (55%) van de ondervraagden vindt online vergaderen net zo productief als een fysiek overleg. Eind maart was dat nog 43 procent. Zo’n 60 procent verwacht dat er ook na de corona-crisis op afstand wordt vergaderd. Kort na de uitbraak was dat net iets meer dan de helft daarvan.

Negatief

Maar alles heeft ook een keerzijde. En zo heeft ook het thuiswerken negatieve kanten. Zo heeft volgens het KiM één op de drie thuiswerkers (36 procent) problemen met het vinden van een goede privé-werkbalans. Daarnaast heeft ook 17 procent lichamelijke klachten. Bijna één op de tien ondervraagden kampt met psychische klachten door thuiswerken.

Openbaar vervoer

Ruim een kwart van de pre-corona ov-reizigers, verwacht er na de crisis minder gebruik van te maken. Acht procent denkt na corona juist vaker gebruik te maken van het openbaar vervoer. Veel ov-reizigers zijn uitgeweken naar andere manieren van vervoer. En daar zijn ze tevreden mee. Van de mensen die nu vaker de fiets pakken verwacht 52 procent dit later nog vaker te gaan doen.

De reden die mensen aanvoeren om minder met het ov te reizen, lopen uiteen. Zo noemt 48 procent de oproep van het kabinet om alleen noodzakelijk met het ov te reizen. Ruim 30 procent reist minder uit angst voor besmettingen. En daarnaast vinden reizigers het ov minder prettig door de verplichting van mondkapjes.