De bladeren vallen al goed van de bomen, de lucht is (gelukkig niet altijd) grijs
en de dagen worden korter. Ja ja, het is weer tijd voor de wintertijd.
Het is dit weekend toch echt de hoogste tijd, de klok gaat
dan een uurtje terug. Dit gebeurt in de nacht van zaterdag 25 op zondag 26
oktober. Om 03.00 uur ’s nachts wordt het dan ineens weer 02.00 uur. Voordeel;
dat extra uur breng je – hopelijk – slapend door. Je zult er dus niet veel van
meekrijgen. Met de ingang van de wintertijd gaan we dus echt richting het einde
van het jaar. Maar goed nieuws; de wintertijd duurt maar vijf maanden. En dus
gaan we al snel weer richting de zomertijd. Deze gaat in van 28 op 29 maart.
Weet je nou nooit of je klok voor- of achteruit moet? Kijk
dan even naar de Engelse taal. Herfst is dan ‘fall’ en lente is ‘spring’. Als
je dat vernederlandst, dan kun je zeggen ‘de klok valt terug’ of ‘de klok
springt vooruit’. Wil je het liever écht Nederlands houden? Dan gaat de klok in
het voorjaar vooruit.
Gezonder
Voor de volksgezondheid zou dit de laatste keer moeten zijn
dat we de klok verzetten. Een permanente wintertijd zorgt namelijk voor gezonde
hersenen, een gezond hart, gezonde bloedvaten en een goed afweersysteem.
Het is wetenschappelijk bewezen dat het permanent invoeren
van onze wintertijd (standaardtijd) het beste is voor de volksgezondheid. Door
het verzetten van de klok, moet je biologische klok zich elke keer weer
aanpassen. Dat is niet voor iedereen even makkelijk. Permanente wintertijd past
het best bij ons dag-nachtritme en zorgt voor de minste verstoring in de slaap.
In de winter krijgen mensen meer ochtendlicht en in de zomer minder avondlicht.
Voor onze biologische klok hebben we juist dat ochtendlicht hard nodig.
De biologische klok zorgt onder invloed van licht voor het
24-uursritme. Veel daglicht in de ochtend zorgt voor een wakker gevoel en een
goed slaap-waakritme. Zonder licht in de ochtend verschuift de biologische klok
naar een later tijdstip.