Dichtbundel over Goeree-Overflakkee gepresenteerd

Foto: Sam Fish

Een drukke boel bij de haven van Middelharnis. Bij de paal over het gedicht van Ed Hoornik werd namelijk een dichtbundel gepresenteerd van niemand minder dan Bart Prinsen.

Door Sam Fish

De naam zegt je misschien niet veel als je geen liefhebber bent van gedichten. Maar deze Amsterdammer heeft een bundel geschreven genaamd ‘Middelharnis’. En er komen dan ook een hoop verwijzingen in terug naar Goeree-Overflakkee.

Middelharnis

Als jonge jongen verslond Bart het gedicht van Ed Hoornik ‘Te Middelharnis is een kind verdronken’. “Hij zag een nieuwsbericht in de krant en vond daar de inspiratie voor een gedicht. Dat gedicht heeft mij altijd veel gaan doen en dus ging ik onderzoek doen naar deze locatie,” vertelt Bart. “Ik las over de Watersnoodramp en zag de vergelijking met het corona-virus. Bij beide gebeurtenissen is dit eiland zwaar getroffen, er zijn er een hoop onschuldige levens verwoest.”

Eerste exemplaar

Bij een boekpresentatie wordt er natuurlijk ook een eerste exemplaar overhandigd. Deze eerste dichtbundel is voor wethouder Berend Jan Bruggeman. “Het is mooi dat mensen bij elkaar worden gebracht door een gedicht uit 1938,” zegt hij. “En wat ben ik blij dat we het opknappen van de haven op tijd hebben volbracht voor deze bijeenkomst.”

Na afloop van de presentatie bladert de wethouder aandachtig door de dichtbundel heen. “Ik denk dat dit voor heel veel mensen op het eiland erg leuk zou zijn om te lezen,” meent hij. “Al die verwijzingen naar het eiland, dit is echt heel leuk. Heel herkenbaar allemaal.”

Zelf lezen

Ben je wel benieuwd geworden naar de gedichten in het boek? Of misschien wil je hem wel cadeau doen aan een echte liefhebber van gedichten? Ga dan naar de lokale boekhandel om een exemplaar op te halen. Het boek is te koop voor € 12,50 per stuk.

Te Middelharnis is een kind verdronken.
Sober berichtje in het avondblad:
‘t stond bij een hooiberg die had vlam gevat
en bij een zolderschuit, die was gezonken.

Zes dagen heeft het in mij nageklonken.
Op het kantoor vroeg men: zeg, heb je wat?
Ik werkte door, maar steeds weer hoorde ik dat:
te Middelharnis is een kind verdronken.

En kranten waaien weg en zijn verouderd,
de dagen korten, nachten worden kouder,
maar over ‘t water komt zijn kleine stem.

– Te Middelharnis, denk ik, ‘k denk aan hem
en bed zijn hoofdje tussen hart en schouder,
en zing voor hem dit lichte requiem.

Ed Hoornik