Meer voedselnood voor Nederlanders door coronacrisis

Foto: Afbeelding van Free-Photos via Pixabay

Steeds meer Nederlanders vragen het Rode Kruis om voedselhulp. Ze hebben zelf niet meer genoeg geld om eten te kopen.

De laatste weken komen de hulpvragen steeds vaker van studenten, ondernemers en alleenstaande ouders. Dat merkt de hulporganisatie. Het lukt deze groepen niet om rond te komen door de coronacrisis. Genoeg reden voor het Rode Kruis om de voedselhulp in het land op te schalen.

Voedselhulp

In mei 2020 bood het Rode Kruis voor het eerst voedselhulp aan. Dit werd gedaan in de vorm van boodschappenkaarten en voedselpakketten. Het ging toen om 2200 kaarten en pakketten per week. De hulporganisatie moet de hulp de komende weken opschalen naar 6000 kaarten per week. Op zo’n boodschappenkaart staat een bepaald bedrag. Daarmee kunnen mensen zelf naar de supermarkt om eten te kopen.

“De mensen die hulp krijgen zijn door de coronacrisis hun inkomen kwijtgeraakt. Sommigen hebben daarbij ook nog schulden. Zo kunnen ze nauwelijks voldoende voedsel kopen,” zegt de organisatie. In 2020 ging het nog vooral om ongedocumenteerden, dak- en thuislozen en arbeidsmigranten. Nu komen daar andere groepen bij.

Studenten

Een van die groepen die steeds vaker aankloppen voor hulp, zijn studenten. “Voor velen is de bijbaan weggevallen. Dat zorgt ervoor dat zij hun hoofd nauwelijks boven water kunnen houden,” legt het Rode Kruis uit. Maar onder de ontvangers zijn ook ondernemers. “Zij hadden voorheen een goed salaris. Maar ook zzp’ers met hoge vaste lasten en weinig inkomsten zitten in de problemen.”

Alleenstaande ouders

Als laatste noemt het Rode Kruis alleenstaande ouders. Ook zij hebben steeds meer moeite om rond te komen. De mensen in deze groepen verdienen soms net te veel voor de reguliere voedselhulp. Ze komen dan niet in aanmerking voor een pakket van de voedselbank.

Giro 5125

Het Rode Kruis opende eerder al Giro 5125 om geld in te zamelen voor de stijgende voedselnood. Dit geldt voor landen als Ethiopië, Zuid-Soedan en Jemen. Maar een deel van het geld blijft ook in Nederland. Hier zijn tenslotte ook steeds meer mensen die voedselhulp nodig hebben.