Nieuwe Tonge rouwt om haar verdronken inwoners

Foto: Adriënne Huizer

Nieuwe Tonge rouwt nog steeds om de inwoners die in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 verdronken. Dat blijkt als de inwoners zich zondagmiddag in ‘Ons Dorpshuis’ verzamelen.

Tekst en foto’s: Adriënne Huizer

Zo’n 75 mensen druppelen rond kwart over drie het gemeenschapshuis binnen. Velen van hen hebben ‘De Ramp’ zelf meegemaakt, maar ongeveer de helft van het gezelschap is van de generaties daarna. Het toont de verbondenheid van een klein dorp: In veel families is er, 62 jaar na dato, nog steeds het gemis van ouders, broers, zussen of andere familieleden.

Na een kort welkomstwoord door Anne-Karin Guijt – Holleman gaat het gezelschap in een stille tocht naar het monument op het Finlandplein. Voorop gaan zeven leden van de brandweer, gevolgd door burgemeester Lokker met zijn vrouw, enkele leden van de gemeenteraad en de mensen die bij het monument zullen spreken. Daar aangekomen vormen de brandweerlieden, in ceremonieel uniform, een erewacht aan beide zijden van het beeld: een man die worstelt in de golven. De inwoners gaan in een halve cirkel om het beeld staan.

Als eerste spreekt René Kom. Hij memoreert aan de nacht van 31 januari op 1 februari en sluit af met Psalm 93. Die tekst hing tijdens de Rampnacht op het Psalmenbord in de kerk. De tekst op het bord bij het monument, te midden van negen Finse woningen, sluit af met dezelfde Psalm. Daarna leest Anne-Karin Guijt – Holleman de namen en leeftijden van de 86 Nieuwe Tongse en Battenoordse slachtoffers. De jongste was twee, de oudste 88. De meest indrukwekkende voordracht wordt gegeven door Hans Timmer. Zijn moeder verdronk die nacht en Timmer schreef een lied over dat verlies. A capella zingt hij de tekst en sluit af met mondharmonicaspel.

Voor de kranslegging spreekt burgemeester Lokker. Hij begint zijn toespraak met het weerbericht van 31 januari 1953. “Weersverwachting geldig tot morgenavond. Gedurende de nacht vooral in de kustprovincies tijdelijk zware storm. Overigens stormachtige tot krachtige wind. Ruimend van West tot Noordwest naar Noord.” Later op de avond wordt dat weerbericht bijgesteld tot zeer zware Noordwesterstorm. “Pas halverwege de volgende dag werd duidelijk wat voor ramp zich in het Zuidwesten van ons land voltrokken had. Men kwam massaal in actie en leverde mankracht en goederen. Kleding werd in het hele land ingezameld en daarna naar de getroffen gebieden gebracht.” Lokker sluit zijn toespraak af met een gedicht over een vijfjarige jongen die de Watersnoodramp beleeft. Eerst in de haven, waar hij aan de hand van zijn vader gaat kijken hoe de stormvloedkering wordt aangebracht, daarna als hij ’s nachts uit bed wordt gehaald en in een broek, shirtje en jas in een boot wordt getild en op het einde is hij weer met zijn vader in de haven als wederom een keer de stormvloedkering wordt aangebracht. “Die jongen, dat was ik”, sluit de in Zierikzee geboren en getogen Lokker af.

Als de burgemeester de krans gelegd heeft, blaast Henk Mackloet The Last Post en is het gezelschap één minuut stil om de doden te herdenken. Vervolgens gaat het gezelschap in dezelfde volgorde als op de heenweg terug naar ‘Ons Dorpshuis’ waar onder het genot van een kop koffie nagepraat kan worden.

Reacties