Het is al een lange tijd droog. Dat zien en voelen we aan alles. Maar dat vergroot wel de kans op een natuurbrand. Weet wat je wel en niet moet doen!
Een natuurbrand kan zich in droge periodes snel en onvoorspelbaar ontwikkelen. Terreineigenaren, natuurbeheerders en hulpdiensten zijn in deze periode extra alert. Maar helemaal alleen kunnen ze het niet. Ze vragen ook uw medewerking om de gevolgen van natuurbrand te voorkomen of te beperken.
In natuurgebieden mag er geen open vuur gestoken worden. Ook vuurkorven, fakkels, wensballonnen en vuurwerk zijn niet toegestaan. Net als in de natuur koken met open vuur op vaste brandstoffen, zoals hout of houtskool/briketten. De brandweer raadt aan om altijd blusmiddelen bij de hand te hebben, bijvoorbeeld een blusdeken, tuinslang, brandblusser of desnoods een emmer water. Tijdens deze droge periode kunt u natuurlijk nog steeds gerust de natuur intrekken. Maar wees extra alert, gebruik het gezonde verstand en meld vooral verdachte zaken meteen via 112.
Ontstaat er, ondanks de maatregelen, toch een natuurbrand? Onderneem dan de volgende acties:
Het natuurbrandrisico wordt uitgedrukt in twee fases: fase 1 betekent ‘regulier risico’, fase 2 betekent een grote kans op natuurbrand. Het huidige natuurbrandrisico vind je terug op www.natuurbrandrisico.nl
. Voor de regio Rotterdam-Rijnmond geldt altijd hetzelfde risico als voor de regio Zeeland.