Oeps, die rolde bijna met fiets en al om

Iets verderop probeert een wat oudere buurman op zijn fiets te stappen. Het is duidelijk dat hij dat ding de laatste tijd in de schuur heeft laten staan. Nu moet er dus weer geoefend worden, want de vakantie komt eraan en dan gaat het stalen ros mee.

Door Juffrouw Raadgever

Wist je eigenlijk dat de eerste fiets in Duitsland werd gemaakt? Over de naam fiets kunnen we een hele ‘boom’ op zetten. Daar kun je dus de fiets weer tegenaan zetten (grapje!). Maar zonder gekheid, eerst dacht men dat het van het Franse naam vélocipedè is afgeleid. Dat betekent trouwens snelvoet. De fransman Ernest Michaux kwam met zijn uitvinding van deze fiets in 1867. Als opvolger van de metalen loopfiets. Het werd een fiets met een hoog, groot- en een klein wiel. Een doodeng ding waar je heel hoog opzat. Hoe ze daar bovenop kwamen laat zich raden.

Waar komt die naam toch vandaan?

Omdat die wielen zo groot waren ging het dan ook best wel hard vooruit. Zeker bij het afdalen van een heuveltje. De berijder werd dan ook regelmatig over het stuur gelanceerd met alle gevolgen van dien. Voor vrouwen was er een met zelfs twee hoge wielen, zij zat er dan op een zadel tussen. Ook gaan er stemmen op dat de naam fiets, naar de Nederlandse fietsenmaker dhr. E.C. Viets, genoemd is. Hij maakte al vanaf 1880 zijn eigen fietsen. Maar de meest recente uitleg is die van een Gentse hoogleraar. Zijn verklaring wordt door velen omarmd. Hij zegt namelijk dat de naam fiets afgeleid wordt van het feit dat in Duitsland de fiets als vervanging van het paard is gekomen. Wat denk je van het Duitse woord ‘Vice-Pferd’, ofwel reservepaard. Ja, en wij maken er weer ‘stalen ros’ van. En dan te bedenken dat de eerste handzame fiets een loopfiets was. Of het nu een hij of een zij was dat weet ik niet.

De Duitser Karl Drais -1785-1851 ontwierp de Draisine in 1817. Hij noemde het zijn ‘Laufmaschine’ (loopmachine). Ze waren helemaal van hout. De Franse mecanicien Ernest Michaux verfijnde de loopfiets met trappers en een draaibaar stuur. Het hout werd metaal, ook de wielen. Ze werden ook wel bottenschudder genoemd. De eerste fietsfabriek werd in 1864 in Frankrijk geopend. In 1885 kwam de Brit John Kemp Starley met een fiets met een kettingaandrijving met kogellagers. Daarbij werden de wielen voorzien met rubberbanden, even groot en veiliger. In 1888 kwam John Dunlop met een fiets die voorzien was met luchtbanden. Een top uitvinding.

De basis blijft hetzelfde

De basis van de fiets zijn nog steeds twee driehoeken, en zo komt die hoge stang ineens in het zicht. Nee, dat die hoge stang op de herenfiets is omdat de man van hogere stand zou zijn en dat dit op deze manier moet blijken is zo’n klinkklare onzin. Het is puur voor de stevigheid. Voor de dames was het een lastig iets om met de modieuze lange rokken op de fiets te komen. Het zag er meestal ook zeer onaantrekkelijk uit. Toen kwam het idee om voor de dames de voorste stang te verlagen. In de loop der jaren is de ontwikkeling van, het door Nederlanders veel gebruikt vervoermiddel, nogal eens van uiterlijk veranderd. Zeker de laatste tijd. Als je het aanbod bekijkt, zie je dat voor de verschillende gebruiksdoeleinden allerlei aanpassingen zijn gedaan. Ons straatbeeld laat de diversiteit duidelijk zien. Van bakfiets tot sportfiets en vul maar aan. Zelfs de loopfiets van hout of geperst karton is aanwezig. Nee die fiets is een blijvertje. Vooral als je met vakantie gaat.

Blijven oefenen

Maar dan heb je toch wel even weer wat oefening nodig als hij weer uit de stalling komt na de winter. En na een flinke onderhoudsbeurt, natuurlijk. Er is een fietsservice aan huis geweest.  En zo komt het dat de buurman staat te klungelen om op zijn fiets te komen. En dan hoor ik krrrrrakkk. Iets verderop zie ik vrouwlief schrikken. Ze komt snel aangelopen. Dan ziet ze mij staan en roept lachend: “Nou voorlopig wordt er niet geoefend hoor. Hij is uit zijn broek gescheurd. Ik denk dat we voor hem ook maar een ‘damesfiets’ moeten aanschaffen. In ieder geval eentje met een lage instap.”

Haar man is inmiddels met een roodhoofd naar binnen gespurt. Wij lachen om het voorval en kletsen nog wat. Achter op de auto zullen ze de fietsen meenemen. Het is een heerlijk vooruitzicht. Fietsen langs de duinen. Dat is al zo lang geleden. En ze kijkt me geruststellend aan. Er komt voor hem een andere gewone fiets met een lage instap. Waarom zou je het jezelf moeilijk maken? En dat scheelt weer een kapotte broek. Daar is de buurman weer. Wel een beetje beschaamd, maar goed, het is niet anders. Hij loopt tot na de hoek van de straat en buiten ons zichtveld stapt hij op en komt even later de hoek om rijden. “Kom je nog?” vraagt hij zijn vrouw. En ook zij fietst weg. Ze heeft door het boodschappen doen duidelijk meer ervaring. Hij pakt meestal de auto. Ik denk dat ze nu rechtstreeks naar de fietsenwinkel in het dorp gaan. Als een ruime week later hun auto klaar staat voor vertrek en ik ze uitzwaai, laat hij me zijn nieuwe fiets zien. Met lage instap. “Wat kan het mij schelen. Dit werkt veel beter,” is zijn verklaring. Al snel rijden ze de hoek om. Veel plezier met jullie fietsvakantie buren.

Met vriendelijke groet,
Juffrouw Raadgever