De Watersnoodramp heeft op Goeree-Overflakkee flinke
littekens achtergelaten. Maar de Ramp heeft ook gezorgd voor verbondenheid.
Na de Waternoodramp van 1953 schoten Noorwegen, Denemarken,
Zweden, Finland, Oostenrijk en Frankrijk ons land te hulp. Dat deden ze door
onder meer 850 ‘geschenkwoningen’ te doneren. Die woningen waren voor de
bewoners die hun huis kwijt waren geraakt. Niet alleen op Goeree-Overflakkee
gebeurde dit. Ook de getroffen gebieden in Zeeland en West-Brabant kregen deze
hulp.
Rijksmonumenten
Deze geschenkwoningen zijn ontworpen en gefabriceerd in het
land van herkomst. Het waren prefab-huizen van hout. We herkennen ze nu nog aan
hun karakteristieke bouwstijl van het land van herkomst. De huizen werden als
bouwpakketten naar Nederland vervoerd en werden in de getroffen gebieden in
noodtempo opgebouwd en toegewezen aan de zwaarst getroffenen van de ramp.
Tegenwoordig zie je in het straatbeeld van de genoemde
provincies nog een aantal van deze geschenkwoningen staan. De provincie is blij
dat de woningen na al die tijd nog bewaard zijn gebleven. Daarom worden de
woningen die er nog staan aangewezen als Rijksmonument. Op Goeree-Overflakkee
staan er ook nog een aantal. Negen woningen aan het Finlandplein in Nieuwe-Tonge
worden aangewezen als Rijksmonument.
Nationaal belang
De aanwijzing van deze geschenkwoningen als Rijksmonument
doet recht aan het nationale belang van deze bijzondere door Europese landen
geschonken woningen. Zij genereren aandacht voor verleden, heden en toekomst. En
ze vertellen het grotere verhaal van de Watersnoodramp, de internationale
solidariteit en hulp na een dergelijke natuurramp.
Meindert Stolk, gedeputeerde Erfgoed en Cultuur: “Deze
geschenkwoningen helpen ons de herinnering aan de Watersnoodramp met zijn vele
slachtoffers en de indrukwekkende internationale hulpverlening levend te
houden. En om het verhaal door te geven aan toekomstige generaties. Daarnaast
biedt de Rijksmonumentstatus de eigenaren van deze woningen een betere kans
deze woningen te behouden, te onderhouden en te restaureren met steun van
subsidies.”