Het icarusblauwtje heeft per jaar altijd twee generaties,
maar soms een extra derde. Ook dit jaar is dat het geval.
Dit zorgt ervoor dat je momenteel nog icarusblauwtjes kunt
tegenkomen. Dit blauwtje is een echte graslandvlinder. Het
icarusblauwtje (
polyommatus icarus) is een van
de meest algemene blauwtjes in ons land, maar komt zeker niet overal voor. Het
is een vlinder van bloemrijk grasland en daar kun je ze soms met tien of meer
bij elkaar, laag boven de bloemen zien vliegen.
Een ander algemeen blauwtje is het boomblauwtje. Die vliegt
vooral in tuinen, heidevelden en bossen. En bovendien zie je die maar zelden
met meer bij elkaar. Daarnaast is het boomblauwtje nu, half september,
uitgevlogen en verschijnt deze pas weer in april. Het icarusblauwtje kun je nu
nog wel te zien krijgen.
Meerdere generaties
Het icarusblauwtje vliegt vanaf begin mei tot begin oktober
in twee, soms drie overlappende generaties. De voorjaarsgeneratie in mei van
dit jaar was vrij groot. Maar in de zomer, als de aantallen juist vaak hoger
liggen, was de piek minder hoog. Dit kan te maken hebben met de kwaliteit van
de waardplanten, waarop de rupsen leven. Het was namelijk een zeer droog
voorjaar.
Waardeplant
Icarusblauwtjes gebruiken meerdere planten als waardplant,
maar wel allemaal uit de vlinderbloemenfamilie. Gewone rolklaver en kleine
klaver zijn favoriet, maar de rupsen kunnen op tal van vlinderbloemigen
overleven. De rups is vrijwel het hele jaar door aanwezig. Jonge rupsen eten
van het tussenweefsel van het blad, de buitenlaag blijft intact. Grotere rupsen
eten het hele blad.
De soort overwintert als rups in de strooisellaag of laag
tegen een stengel van de waardplant. De verpopping vindt plaats op de grond. De
vlinders zelf voeden zich met nectar uit veel verschillende planten. Ook voor
nectar zijn vlinderbloemigen populair, maar je ziet ze ook op knoopkruid,
distels en gele composieten, zoals jakobskruiskruid.
Beschutte overnachting
De vlinders overnachten soms in kleine groepjes in beschutte
graspollen. Twee tot drie vlinders zitten dan met de kop naar beneden op een
grasspriet. In de vroege ochtend en de late namiddag zijn ze geregeld te zien
op deze gezamenlijke rustplaatsen.