Terwijl het voorjaar heel aardig verliep voor vlinders, ziet
de Vlinderstichting nu toch een flinke dip in de aantallen die worden gezien.
Net als de afgelopen jaren begint de grote zomerpiek eerder
en is die veel sneller voorbij. Het is te vroeg voor een eindoordeel over 2025,
maar momenteel is het beeld duidelijk. Het is sprokkelen om andere vlinders dan
witjes te zien te krijgen.
Hoeveel vlinders er worden gezien, wordt door veel factoren
beïnvloed. Zo speelt het huidige weer een rol, maar ook de weersomstandigheden
van vorige maand en van langer geleden. Het weer is verantwoordelijk voor de
‘dagkoersen’. Het weer bepaalt voor een deel of een soort een goede of slechte
vliegtijd heeft.
Elke vlindersoort stelt haar eigen eisen. Wat voor de ene
leidt tot lage aantallen, kan voor een andere juist positief zijn. De droge
zomers van de afgelopen jaren hebben het bruin blauwtje enorm doen toenemen. Maar
ze hebben de kleine vos gedecimeerd. De langetermijneffecten worden veroorzaakt
door de milieuomstandigheden. Denk aan verlies van leefgebied, verdroging,
versnippering van het landschap en het intensieve landgebruik. Steeds
duidelijker wordt dat klimaatverandering ook een enorme impact heeft.
Extreem weer
Klimaatverandering betekent in veel gevallen opwarming, en
dat is voor een aantal vlindersoorten positief. Het leidt tot uitbreiding van
hun aantallen of areaal. Door klimaatverandering zijn er ook steeds meer
weersextremen, zoals hitte, droogte en extreme regenval.
Juist die extremen hebben een grote impact, vooral omdat
veel vlinders het door de andere drukfactoren al moeilijk hebben. Dan kan zo’n
extreem weersverschijnsel leiden tot het (plaatselijk) verdwijnen van soorten. De
Vlinderstichting ziet dit bijvoorbeeld bij het gentiaanblauwtje. Veel plekken
waar kleine populaties gentiaanblauwtjes aanwezig waren, blijken nu verlaten.
Alleen in gebieden waar veel vlinders verspreid door de omgeving vliegen,
blijkt de soort stand te kunnen houden.
Paar vlinders pieken nog
Momenteel zijn er dus weinig vlinders, maar er zijn flink
wat vlindersoorten die nog een generatie krijgen. Het is afwachten of die
generatie goed of slecht uitpakt.
Zo verwachten ze van het landkaartje, het icarusblauwtje, de
kleine vuurvlinder, het hooibeestje en de koolwitjes nog een piek. Vorig jaar
hadden ook de dagpauwoog en het bont zandoogje eind augustus en begin september
nog een grote generatie. Het is ieder jaar weer spannend hoe de verschillende
vlindergeneraties zullen uitpakken.