Drukte in de bossen tijdens de coronapandemie

Foto: Ede.nieuws.nl

Met mijn hondenfluit in de mond zet ik de hond nu los naast me. De riem losgeslagen om de nek. Net als ik hem vooruit wil sturen voel ik de grond onder mijn voeten trillen.

Door juffrouw Raadgever

Het is al tegen de avond als we nog even het bos in gaan met de hond. Het is een jachthond in training. We hebben een geschikte plek waar we wel vaker wat oefeningen doen. Altijd met z’n tweeën zodat we het beest goed in de gaten kunnen houden en bijsturen waar nodig. We oefenen met dummy’s. Dat zijn langwerpige zakjes. Met canvas omwikkelde en stevig gevuld met stro of klein grit. De verschillende kleuren geven het gewicht aan.

Toen de hond nog een pup was zijn we al begonnen met een kleine smalle dummy. Nooit mocht hij er mee spelen. Al gauw had hij door dat wanneer hij hem netjes terugbracht er een beloning was. Ook werden in de tuin de dummy’s verstopt. Soms was het even zoeken, maar al gauw wist hij ze feilloos te vinden en bracht ze kwispelend ‘binnen’. Geweldig, zo snel dat het beestje dat spel in de gaten heeft.

Extra handicap

En nu is hij zover dat we in het bos de grote exemplaren verstoppen. Op ons bevel gaat hij die vervolgens zoeken. Hij doet het prima. De plek waar we nu heen gaan heeft een extra handicap. Er lig namelijk een aardenwal waar hij overheen moet. Aan de andere kant, uit het zicht van de hond worden de dummy’s toch wel redelijk ver uit elkaar onder de bosjes en tegen de walkant verstopt. Ook mijn handlanger verstopt zich en geeft door zachtjes te fluiten het sein dat de hond gestuurd kan worden. Zo oefenen we nu al een poosje en het gaat steeds beter. In het begin rende hij rechtstreeks naar de baas. Maar deze draaide zich snel om zodat er geen oogcontact was. Dan bleef hij eerst kwispelend staan, vol verwachting: wat nu? Dan hoorde hij mij roepen; zoek apport. Al snel ging de neus in de lucht en werd hij beloond met het vinden van de dummy. Deze bracht hij keurig voor.

Deze keer proberen we hem direct weer uit te sturen om een tweede en daarna nog een derde binnen te brengen. De hond vindt het ‘werken’ voor de baas geweldig. Als we aankomen is het stil in het bos. We hebben wel het gevoel dat er meer wandelaars lopen dan anders. De sfeer is niet totaal ontspannen. Als je vaker in het bos loopt merk je dat er iets is. Terwijl ik de hond afleid loopt mijn handlanger de andere kant op en verdwijnt uit het zicht. Ik loop terug met de hond aan de lijn en zet hem netjes naast me. Aan zijn neus, die hij hooghoudt is te zien dat hij alert is. Hij weet dat er iets gaat komen. Hij is ook niet dom. De andere baas mist, dus die spookt weer wat uit verderop. Alsof hij dat van de vorige keer vergeten is. Echt niet.

Onverwacht bezoek

Zachtjes hoor ik fluiten. De baas is klaar. Ik wacht nog even want ik zie rechts van mij over het wandelpad twee mountainbike-fietsers langskomen. Dan wordt het weer stil. Met mijn hondenfluit in de mond zet ik de hond nu los naast me. De riem losgeslagen om de nek. Net als ik hem vooruit wil sturen voel ik de grond onder mijn voeten trillen. Gelukkig is mijn eerste reactie om de riem vaster aan te trekken in plaats van los te laten vallen en mijn commando te geven. Snel ga ik achter een grote den staan. Mijn gevoel zegt, daar komt iets aan. In mijn rechteroog hoek zie ik twee oudere mensen lopen.

En dan uit het niets komt van links een heel groot edelhert aanstormen. Hij heeft zijn kop in de nek en de ogen staan verwildert. Op een haar na rent hij langs ons richting de wandelaars. De grond trilt en de hoeven slaan hard op de aarde. Verbouwereerd blijf ik staan kijken. Het hart slaat me in de keel en ik merk dat ik de keel van de hond aardig stevig vast heb. Dan zie ik dat het hert de mensen in de gaten krijgt. Hij slaat met zijn poten wilt zijwaarts en verandert van richting. Langs het gat in de aardenwal en verdwijnt dan uit het zicht. Dan zie ik mijn handlanger achter de wal vandaan komen. Hij ziet bleek. “Gelukkig jullie zijn niet omvergelopen. Ik ook nét niet, maar het was op het nippertje.” We kijken en lopen naar de twee mensen iets verderop. Ook zij staan verstijft van schrik nog op de plek waar ze waren. De man laat weten dat ook zij ongedeerd zijn. “Hij zag ons gelukkig. Wat was hij bang he? Die ogen die vergeet ik nooit meer. Het is de laatste tijd veel en veel te druk hier. Met wandelaars, en dan bedoel ik met schreeuwende kinderen en fietsers. Ze wagen zich steeds dieper het bos in. En dan krijg je dit. Die arme beesten worden opgeschrikt of overlopen met alle gevolgen van dien. Gelukkig ging het nu goed.” Hoofdschuddend loopt hij weg. Nog onder de indruk van het wild aanstormende grote beest.

Stil zijn is een moeten

Hij heeft gelijk. Het is ongekend druk nu bijna iedereen thuis moet leren en werken. Met dit goede weer stappen ze, in hun eigen bubbel, de auto in om vervolgens alle energie die opgebouwd is thuis op de bospaden de vrijheid te geven. Met veel rennen en geschreeuw. Niemand die eraan denkt met een beetje respect de dierenwereld te betreden. Ouders moeten hun kinderen leren om stil te zijn in het bos. Ten eerste verstoor je de dieren niet en als je geluk hebt kun je ook nog eens een dier zien. Stil zijn is dan een moeten.

Ik zou zeggen probeer het maar eens. En de hond, hij heeft nadien nog keurig de nog steeds verstopte dummy’s keurig binnengebracht. Zonder andere dieren te verstoren.

Met vriendelijke groet,
Juffrouw Raadgever