Je zult de ouder van een van de daders maar zijn

Foto: Ede.nieuws.nl

Met gemengde gevoelens wens ik iedereen een voorspoedig 2020. Verbijsterd laat ik de beelden van het scherm tot me door dringen. Je zult de ouder van een van de daders maar zijn.

Eén ding is zeker dit zijn geen kwajongens streken meer. Dit lijkt pure vandalisme. Zeker als ik naar de verkoolde resten van de auto’s kijk. De één met moeite bij elkaar gespaard, de andere van een invalide die zonder hun vervoermiddel nergens meer kan komen. Een auto van een zzp’er. Hoe moeten zij nu hun afspraken nakomen? Het is niet moeilijk om te bedenken hoe de eigenaren van die auto’s zich voelen. De meesten van hen hebben niet de juiste verzekering voor dit soort schade. Verdriet en onmacht. Jongens? Hoe dan? En waarom?

Dit is heel iets anders dan de traditionele kwajongensstreken die jaren geleden op oudejaarsnacht begaan werden. Zoals die van de jongens in een klein dorp in het noorden van ons land. Na de laatste kerkdienst op oudejaarsavond ging iedereen zo als het leek naar huis om thuis de jaar wisseling af te wachten. De koster deed nog eens een laatste rondje om de kerk en voelde of de deuren goed afgesloten waren. Alle losse prullenbakken en bloempotten zet hij nog even in het bijgebouwtje.

Sleutel

Dan komt de jonge organist die de dienst van nieuwjaarsmorgen gaat begeleiden bij hem staan. Hij vraagt of hij de sleutel van de kerk vast mee mag nemen. “Dan hoeft u niet eerder aanwezig te zijn en kan ik mezelf binnenlaten om nog even de verzen door te spelen voor de dienst.” Hij vertelt de jongen dat hij de sleutel in verband met calamiteiten niet mee mag geven en vertelt hem waar hij hem vinden kan. De jongen bedankt hem en niets vermoedend loopt hij naar de kosterswoning.

Als hij uit het gezicht verdwenen is maken zich uit de schaduw van de kerk een paar gestaltes los. Eén van hen rent naar het bijgebouwtje en komt met de sleutel terug. Hij maakt de deur van het kerkje open en de jongens gaan naar binnen. Na een hele tijd komen ze weer naar buiten en even later is het weer stil op het kerkplein. Zoals elk jaar is het rond twaalf uur gezellig in het dorp. Iedereen komt even buiten en wenst elkaar een goed nieuwjaar. De jongelui gaan nog aan de ‘sleep’. Ben je toevallig iets vergeten binnen te zetten? Dan kun je erop rekenen dat je het de volgende dag ergens midden op een weiland terugvindt.

Slepen mag. Maar niets beschadigen is de afspraak. Als een kwartier voor de dienst de jonge organist en de koster tegelijk bij de kerk aankomen lijkt alles rustig. De koster kijkt tevreden. Alles is nog zoals het hoort. Hij haalt de sleutel van de kerkdeur en steekt hem in het slot. Samen stappen ze naar binnen. Wat hij dan ziet! Alle stoelen zijn omgedraaid en met de rug naar de kansel toe gezet. Eigenlijk is het wel een komisch gezicht. De koster schelt: ”Rot jongens”, en kijkt naar de organist die lachend over een stoel hangt. Dan vraagt hij: ”Jij moest toch vroeg inspelen vanmorgen?“ Dan dringt het tot hem door dat de vraag naar de sleutel maar een smoes was.

Klusje

Wat nu? Voordat de mensen komen kan hij nooit alles weer netjes hebben. En deze jongen, die mee in het complot zat, zal het ook niet lukken om op tijd klaar te zijn. Dan bedenkt hij iets. Hij wijst met de vinger dreigend naar de jongen. “Jij dondersteen, aan het werk. Nu! achter de toetsen! En jij gaat spelen tot dat ik zeg dat je mag stoppen.” Dan gaat de koster naar buiten. Hij heeft een plan. Staand tussen de geopende kerkdeuren, waar binnen het orgelspel klinkt, vraagt hij de kerkgangers te wachten.

Als bijna iedereen er is wenst hij ze allemaal een gezegend nieuwjaar. Hij vraagt hun medewerking voor een klusje dat hij beslist niet alleen gaat doen. Dan mogen ze naar binnen. Bij het zien van de gedraaide stoelen ontstaat er een grote hilariteit. Wat een mop. Iedereen wordt gevraagd om een paar stoelen terug te zetten. Boven hen speelt het orgel. Er is wel een vermoeden van de daders. En de organist? Hij heeft meer dan een uur moeten spelen tot hij het teken kreeg dat de dienst zou beginnen. Dit was een onschuldige actie. Je begrijpt, hier is nog lang over gepraat.

Oorlog

Dan deze oudejaarsnacht van 2019. Die staat straks in de geschiedenis vermeld als, zoals een hulpverlener het met tranen in zijn ogen noemde, ”De oudejaarsnacht die een oorlog leek”. Zo erg was het dus in sommige steden over het hele land verspreid. Gelukkig zijn er in bepaalde wijken camera’s aanwezig en de toegesnelde agenten hebben een bodycam. De beelden moeten helpen de daders te vinden. Iedereen is het er wel over eens dat ze gestraft moeten worden. Je zult de ouder maar zijn van een van hen.

Leeftijden van twaalf tot en met zestien worden er genoemd. Kinderen nog. Ze hebben geen idee hoe groot de schade is en wat de gevolgen zijn bij het verkeerd gebruiken van vuurwerk. Zien ze dan echt geen gevaar? Is het ze dan niet verteld? Die ouders kunnen de vraag verwachten; Heb jij je kind wel opgevoed? Hebben jullie je kind wel onder controle of zijn jullie alleen bezig met je eigen dingen? Weet je wel wat je kind uitspookt? Of vind je het wel prettig dat hij/zij altijd op pad is? Lekker rustig toch! Hebben jullie wel door dat de basis van de opvoeding bij jullie thuis is en nergens anders? Het is jullie kind. Dus de verantwoording voor zijn daden ligt in de basis bij jullie, de opvoeders. Het is toch niet zo dat nu ineens je kind buiten zijn boekje gaat? Waarom hebben jullie niet aan de bel getrokken toen je hem/haar niet meer onder controle had? Kijk nu eens waar het toe leidt.

Zelfs een begrafenisstoet wordt op oudejaarsdag met vuurwerk bekogeld. Dit wil toch niemand? Helaas blijkt het nodig dat ook een hele groep ouders de bewustwording van het opvoeden opnieuw moeten leren. Normen en waarden en respect. Weet u nog?! Wij wonen in Nederland. Zo jammer dat mijn eerste column van 2020 één van eigenlijk intens verdriet is.

Met vriendelijke groet,

Juffrouw Raadgever