Maar het is toch anders dan met de kleinkinderen

Foto: Ede.nieuws.nl

Rijdend langs de provinciale wegen is het genieten van het uitzicht. Dat de herfst zijn intrede heeft gedaan is duidelijk zichtbaar. Hier en daar kleuren de bomen zo geel dat het lijkt of ze gloeien.

Door Juffrouw Raadgever

Naast mij op de bijrijdersstoel van de auto zit de buurvrouw. Ze komt bijna niet meer de deur uit. Afgelopen week kwam ik haar tegen bij de lift. Ze vertelde dat ze vroegen altijd haar kleinkinderen bij zich had tijdens de herfstvakantie. Als het goed weer was reden ze op de fiets door de bossen en dan namen ze een tas met lekkernijen mee. Soms waren ze een hele dag weg.

Onderweg gingen ze een patatje eten bij de patatkiosk aan de rand van de heide. Het was er altijd erg druk en gezellig. Heel veel ouderen met kinderen. Moe maar voldaan kwamen ze dan tegen een uur of halfvier thuis. In de fietstassen een paar zakken met gevonden schatten. Kastanjes, eikels, beukennootjes en niet te vergeten de mooiste gekleurde bladeren die je maar bedenken kon. Heel voorzichtig om ze niet te kneuzen werd alles op de grote eetkamertafel uitgestald. Voor iedereen had ze dan een lege schoenendoos. Hierin werden de bladeren langs de randen vast geplakt en op de bodem gelegd. Van de kastanjes en eikels maakten ze poppetjes en dieren. De lucifershoutjes zorgden voor de verbinding.

Met rode wangen, van de frisse buitenlucht en de opwinding werd er hard gewerkt. En dan kwam het leukste. “Ik had een tafel met een schuiflade. Het tafelblad was van glas. In de lade maakten we ook een herfsttableau. Met de fel rode en knal gele en groene bladeren werd het een prachtig schilderij. Daar konden we tot zeker de kerst van genieten. Maar helaas dat is geweest. De kleinkinderen zijn groot en komen niet meer in de herfstvakantie logeren. Ze hebben andere dingen. Ook vinden ze het niet meer leuk om met een oude vrouw zoals ik het bos in te trekken,” besloot ze haar verhaal.

Andere tijden

Ja ook ik kan me herinneren dat we er met zijn allen op uittrokken. Ook bij ons is dat niet meer het geval. Niet omdat ze er te groot voor zijn geworden. Nee, het lijkt wel of het uit de tijd is. Ik had met haar te doen en ineens bedacht ik me dat we de kleinkinderen helemaal niet nodig hebben om van de natuur te kunnen genieten. Voor haar zou het fietsen inmiddels een probleem zijn, bedacht ik me. Maar waarom zouden we niet samen erop uittrekken?

En zo komt het dat we hier nu rijden. Op de achterbank heb ik een tas met wat drinken en lekkers neer gezet. In de kofferbak staan twee lege schoenendozen. Naast me hoor ik haar zuchten en ik kijk opzij. Met een lachend gezicht kijkt ze me vrolijk aan. In haar hand houd ze een rol pepermunt. “Wil je er ook één?” vraagt ze. Of ze het naar haar zin heeft hoef ik niet te vragen. Het straalt ervan af.

Op een parkeerplaats voor in het bos zet ik de auto neer. Gewapend met twee katoenen tasjes in de jaszak lopen we het bospad op. We kunnen niet te ver want het lopen gaat niet zo gemakkelijk meer. ”Zo jammer,” verzucht ze, “in mijn hoofd wil ik rennen en springen maar ja dat wordt hem niet, maar ik ben er. Heerlijk.” Ik geef haar een van de tasjes als we bij een plek komen waar de bosvruchten voor het oprapen liggen. “Ha,“ zegt ze gekscherend, “Jij bent overgestapt op duurzaam in plaats van plastic. Goed zo.”

Spreek het uit

Als we een paar uur later thuis aan haar grote tafel, onder het genot van een kom warme chocolademelk, onze ‘schatten’ bekijken voelen we ons rijk. Het was een heerlijke middag samen buiten. Op mijn telefoon heb ik wat foto’s van haar lopend op de gekleurde bladeren in het bos. Ze zijn heel mooi geworden. De lichtval door de bomen was deze middag prachtig. Ik beloof haar dat ik ze zal uitprinten. Vooral die van het veld met paddenstoelen. Honderden rood met witte stippen. Prachtig. Wat ben ik blij dat het me in de zin schoot om samen op stap te gaan. Ook de buurvrouw heeft ervan genoten, maar het is toch anders dan met de kleinkinderen, kan ze niet laten om te zeggen. We moeten niet blijven hangen in wat geweest is, maar wat we nog kunnen. Ook al is het beetje met een aanpassing.”

Dan nemen we afscheid. Met de belofte dat dit voor herhaling vatbaar is. Als je niet zegt dat je graag iets wilt, weet een ander het niet. Dus zeg het. En dat we het hardop uitspreken. Want wat niet gezegd is kan de ander niet raden. Gelukkig is dat precies wat we meer moeten doen. Zeggen wanneer we eens iets willen. Het lukt vaker dan je denkt. Helaas heeft ze de tafel met het glazenblad niet meer. Nu staat er bij ons beiden een versierde schoenendoos. Ook goed.

Met vriendelijke groet,

Juffrouw Raadgever