Vandalisme of baldadigheid? Hoe verzinnen ze ‘het’?!

Ze waren zich ten volle bewust: Je kunt niet zomaar iemand beschuldigen. Het kon ook iemand anders geweest zijn.

Door juffrouw Raadgever

Niets vermoedend bel ik even een vriendin. Al snel neemt ze de telefoon op. Alsof ze hem in de broekzak heeft. Als ik vraag wat ze aan het doen is vertelt ze dat ze haar vrije dag moet besteden aan het zoeken naar de kwekerij waar ze negen jaar geleden hun leibomen hebben gekocht. Volgens haar moeten ze een nieuwe website hebben. Even snap ik het niet, haar mooie leibomen kunnen toch niet dood zijn? Vorige week zijn we nog langs geweest en toen zagen ze er nog prima uit.

Ze wonen in een nogal smalle straat en hebben in hun mini voortuintje heel rustiek, twee prachtige leibomen staan. Nu na al die jaren zijn ze zo mooi in elkaar gegroeid dat het een prachtig groen geheel is. Het huis waar ze in wonen, met het smalle portaal voor de groene deur en de vloer met gele steentje, maakt het plaatje compleet. Super trots zijn ze op de bomen. Elk najaar wordt er heel nauwkeurig gesnoeid. Een heel werk, maar dat heeft haar maatje er graag voor over. Dus waar de nieuwe leibomen moeten komen is mijn vraag. En dan komt het: Het afgelopen weekend was er in de buurt een feestje. Tot in de vroege uurtjes was er heel veel lawaai. Uit ervaring weten ze dat dit eigenlijk maar een keer per jaar gebeurt. Dus laat die jongelui feestvieren. Waarschijnlijk zijn de ouders op vakantie en is het dus tijd voor een feest. De fietsen in de straat duidden in ieder geval op een gezellige club jongelui.

Doormidden 

Waarschijnlijk is de groep feestgangers in de vroege uurtjes vertrokken. Zij hebben daar in ieder geval niets van gemerkt. Uiteindelijk waren ze zelf op de tonen van de zware beat in slaap gevallen. Het was dan ook al later in de ochtend dat ze zelf de gordijnen opengeschoven hadden. En toen had haar hart bijna stil gestaan van schrik. Kijkend naar haar tuintje had ze ontdekt dat een van de Leibomen dwars doormidden was gezaagd. Haar ogen niet gelovend had ze haar maatje geroepen. Samen hadden ze stomverbaasd naar de boom staan kijken. Of ik wel snapte dat ze de hele zondag totaal van slag waren geweest?

De meest gekke scenario’s zijn gepasseerd. Maar de grootste vraag is: Wie doet zoiets? Hun eerste gedachte ging uit naar de feestende jongelui. Maar ze realiseerden zich ook dat het helemaal niet zo hoeft te zijn. Het kon ook iemand anders geweest zijn. Je kunt niet zomaar iemand beschuldigen. Dat waren ze zich ten volle bewust. Maar toch. Wie is de schuldige? Hoeveel moet je gedronken of geblowd hebben om dit te verzinnen? Het kan haast niet anders dan dat er een weddenschap aan vooraf is gegaan. Wie heeft het lef om die boom om te zagen? Zou het bravoure geweest zijn? Een stel jongens die elkaar hadden uitgedaagd? Zouden de daders het lef hebben om aan te bellen en eerlijk voor hun daad durven uitkomen?

Onbewust

Volgens haar zijn ze zich vast niet bewust hoeveel schade dit wel niet is. Er moeten nu twee nieuwe bomen komen. Het resultaat van de groei van al die jaren, is in één nacht verwoest. Wat verdrietig. Ze moeten weer helemaal van vooraf aan beginnen. Weer de lege rekken met daar aan de jonge Leibomen met hun nog dunne takken vastgemaakt. “En dan hebben we het nog niet over de kosten van die bomen gehad,” besluit ze. Ja, ik weet het, die koop je niet voor weinig. Het moeten er twee worden die weer samen kunnen aangroeien. Anders is het geen gezicht. Misschien kunnen ze de negen jaar oude boom weer inleveren. Maar goed voorlopig is de boel vernield. Het is pure vernieling.

Aangifte of niet?

Ze zijn er nog niet over uit of ze het nu wel of niet moeten melden bij de politie: Maar hoe dan? Ze hebben foto’s gemaakt. Ze hebben niets gehoord of gezien. Ook de buren, waar ze gevraagd heeft, niet. Wie loopt er nu met een zaag rond midden in de nacht en verzint het om een boom door te zagen? Ook hangen er geen camera’s. Niets wijst erop dat er een uitlokking is geweest. Het is puur willekeur dat hun leiboom de dupe van baldadigheid is geworden. Wat moeten ze de politie vertellen dan? Maar goed het is zoals het is.

Terugdraaien kunnen ze het niet, dat zou leuk zijn; terug naar zondagmorgen. Ze trekt de gordijnen open en kijkend naar haar tuintje ziet ze de twee leibomen. Negen jaar geleden geplant. Ze zien er prachtig uit. Ze zijn helemaal in elkaar vergroeid geraakt. Het is een groene bladeren strook. Wat zijn ze er trots op. Maar helaas. Ik raad haar aan het toch in ieder geval bij de politie aan te geven. Je weet maar nooit. En toch diep in mijn hart hoop ik dat de daders zich zullen melden. Hoe stoer zou dat zijn.

Met vriendelijke groet,
Juffrouw Raadgever